← Terug naar Afstuderen
Vakinhoudelijk doel

Vakdoel: Gedragseconomie

Uiterlijk op 19 oktober 2026 kan ik minimaal vijf gedragseconomische principes herkennen, uitleggen en toepassen op mijn eigen gedrag en dagelijkse keuzes. Ik wil hiermee beter begrijpen waarom mensen niet altijd rationeel handelen en hoe gedragseconomische inzichten gebruikt kunnen worden binnen marketing en mijn eigen keuzes.

Succescriterium

Mijn leerdoel is behaald wanneer ik:

  • Minimaal vijf gedragseconomische principes in mijn eigen woorden kan uitleggen.
  • De principes kan herkennen in mijn eigen gedrag en dagelijkse keuzes.
  • Minimaal drie situaties uit mijn eigen leven kan analyseren vanuit gedragseconomische theorie.
  • Minimaal twee gedragsexperimenten zelfstandig heb uitgevoerd.
  • Kan uitleggen wat de uitkomsten van deze experimenten zeggen over mijn eigen gedrag.
  • Kan vertalen hoe gedragseconomische inzichten kunnen worden toegepast binnen marketing.

Hierbij beoordeel ik mijn ontwikkeling niet alleen op basis van het aantal gelezen boeken of uitgevoerde acties, maar vooral op mijn vermogen om theorie te herkennen, toe te passen en mijn eigen gedrag ermee te verklaren.

4.1 Onderbouwing vakinhoudelijk doel

Gedragseconomie vind ik interessant omdat het laat zien dat mensen lang niet altijd de rationele keuzes maken die je op papier zou verwachten. Als toekomstig marketeer vind ik dit interessant, omdat marketing uiteindelijk draait om het begrijpen van waarom mensen bepaalde keuzes maken.

Ik wilde mij daarom verdiepen in de vraag waarom mensen soms handelen tegen hun eigen belang in. Dit sluit ook aan bij mijn eigen interesse in menselijk gedrag. Ik herken bijvoorbeeld dat keuzes niet altijd worden gemaakt op basis van wat op lange termijn het beste is, maar dat gevoel, gewoontes, verleiding en de situatie waarin je een keuze maakt ook invloed hebben.

Om mij hierin te verdiepen heb ik twee boeken gelezen. Het eerste boek is De edele kunst van not giving a fuck. Dit boek gaat onder andere over de keuzes die mensen maken, waar zij hun aandacht aan geven en hoe overtuigingen en verwachtingen hun gedrag beïnvloeden. Daarnaast heb ik Volkomen onlogisch: waarom je vaak handelt in strijd met je eigen belang gelezen. Dit boek sloot nog directer aan bij mijn doel, omdat het laat zien dat menselijk gedrag vaak minder logisch en rationeel is dan we zelf denken.

Door deze boeken ben ik anders naar mijn eigen keuzes gaan kijken. Ik wilde daarom niet stoppen bij het lezen van de theorie, maar onderzoeken of ik gedragseconomische principes ook daadwerkelijk in mijn eigen gedrag kan herkennen.

4.2 Mijn startniveau

Aan het begin van dit leerdoel had ik nog geen uitgebreide kennis van gedragseconomie in de FMCG-branche. Ik kende wel algemene ideeën over menselijk gedrag en wist dat mensen niet altijd rationele keuzes maken, maar ik kon dit nog niet koppelen aan concrete gedragseconomische principes.

Ook kon ik mijn eigen gedrag nog niet bewust analyseren. Wanneer ik bijvoorbeeld een bepaalde keuze maakte, keek ik vooral naar de uitkomst en niet naar de psychologische factoren die mijn keuze mogelijk hadden beïnvloed.

Mijn startniveau is daarom oriënterend. Ik had interesse in het onderwerp en enige algemene kennis over gedrag, maar nog geen duidelijke theoretische basis en geen vaste manier om gedragseconomische principes toe te passen.

4.3 Beginmeting

Om mijn ontwikkeling aan het einde van dit leerdoel te kunnen beoordelen, heb ik eerst gekeken naar wat ik op dat moment al kon. Ik heb mezelf beoordeeld op vijf onderdelen:

OnderdeelBeginmeting
Kennis van gedragseconomieIk kende het algemene idee dat mensen niet altijd rationeel handelen.
Begrippen herkennenIk kon nog weinig specifieke gedragseconomische principes benoemen.
Theorie toepassenIk kon mijn eigen gedrag nog niet bewust vanuit gedragseconomie analyseren.
Gedrag observerenIk keek vooral naar wat ik deed en minder naar waarom ik het deed.
Toepassing binnen marketingIk zag het belang van menselijk gedrag voor marketing, maar kon dit nog beperkt koppelen aan theorie.

Deze beginmeting vormt mijn startniveau. Mijn doel is om aan het einde niet alleen meer begrippen te kennen, maar vooral dat ik gedragseconomische theorie kan gebruiken om gedrag daadwerkelijk te verklaren binnen de FMCG-branche.

4.4 Actieplan

Om mijn kennis niet alleen theoretisch op te bouwen, maar ook daadwerkelijk toe te passen, heb ik mijn ontwikkeling verdeeld over vijf acties. Ik begin met het verdiepen in de theorie en ga daarna steeds meer naar het toepassen ervan op mijn eigen gedrag.

ActieUitvoeringBewijslastFocus
1. Verdiepen in gedragseconomieIk lees De edele kunst van not giving a fuck en Volkomen onlogisch en maak tijdens het lezen een overzicht van de belangrijkste inzichten en gedragseconomische principes.Samenvatting van de boeken en mijn eigen begrippenoverzicht.Mijn theoretische basis vergroten.
2. Mijn eigen gedrag analyserenIk houd een gedragsdagboek bij waarin ik minimaal vijf dagelijkse keuzes beschrijf en analyseer vanuit gedragseconomische principes.Uitgewerkt gedragsdagboek met vijf voorbeelden en mijn persoonlijke reflectie.Gedragseconomie herkennen in mijn eigen gedrag.
3. Gedragsexperimenten uitvoerenIk voer twee eenvoudige experimenten vanuit huis uit. Hierbij onderzoek ik onder andere het effect van anchoring, framing en de manier waarop een keuze wordt aangeboden.Uitwerking van beide experimenten, mijn waarnemingen, resultaten en reflectie.Zelf ervaren hoe de keuzecontext mijn gedrag kan beïnvloeden.
4. Gedragseconomie toepassen op marketingIk analyseer drie bestaande marketinguitingen en onderzoek welke gedragseconomische principes hierin worden gebruikt.Drie marketinganalyses, eventueel aangevuld met screenshots van de voorbeelden.Theorie vertalen naar mijn vakgebied.
5. Mijn ontwikkeling evaluerenIk vergelijk mijn begin- en eindniveau en kijk terug naar wat ik door de acties daadwerkelijk heb geleerd en kan toepassen.Eindmeting en persoonlijke reflectie.Mijn uiteindelijke niveau bepalen.

Op deze manier bouw ik stap voor stap mijn kennis op en voorkom ik dat het leerdoel alleen uit het lezen van theorie bestaat.

4.5 Actie 1: Verdiepen in gedragseconomie

Voor deze actie heb ik mij eerst verdiept in gedragseconomie door de boeken De edele kunst van not giving a fuck en Volkomen onlogisch: waarom je vaak handelt in strijd met je eigen belang te lezen. Ik heb tijdens het lezen vooral gelet op de vraag waarom mensen keuzes maken die achteraf niet altijd logisch lijken. De twee boeken zijn verschillend van insteek. Volkomen onlogisch sluit direct aan op gedragseconomie, terwijl De edele kunst van not giving a fuck mij vooral liet nadenken over aandacht, verwachtingen, waarden en de keuzes die ik zelf maak.

Tijdens het lezen heb ik een aantal begrippen geselecteerd die ik goed kan gebruiken om mijn eigen gedrag te analyseren; deze begrippen komen voornamelijk uit het boek Volkomen onlogisch. Het belangrijkste inzicht voor mij is dat ik mijn eigen gedrag vaak achteraf logisch probeer te verklaren, terwijl mijn keuze op het moment zelf ook door gemak, gevoel, verleiding of de manier waarop iets wordt aangeboden kan zijn beïnvloed, zie bijlage: Boek notities.

PrincipeMijn uitlegWat ik hierin bij mezelf herken
AnkereffectEen eerste getal of referentiepunt kan invloed hebben op mijn latere inschatting.Ariel kost €9,99 en Robijn €6,99. Na het zien van €9,99 kan €6,99 relatief goedkoop lijken.
InkaderingDezelfde informatie kan anders voelen door de manier waarop deze wordt gepresenteerd.Coca-Cola Zero wordt gepresenteerd als ‘zero suiker’, waardoor het product anders kan worden ervaren dan wanneer alleen de ingrediënten worden bekeken.
StandaardoptieEen vooraf gekozen optie kan ervoor zorgen dat ik minder snel een andere optie kies.In een online supermarkt staat Douwe Egberts automatisch geselecteerd bij de filterkoffie. Hierdoor kan ik deze optie sneller kiezen zonder andere merken te vergelijken.
Voorkeur voor het hedenEen voordeel nu kan aantrekkelijker voelen dan een groter voordeel later.Bij Lay’s kan ‘nu 2 zakken voor €4’ aantrekkelijker zijn dan ‘€5 korting bij je volgende aankoop’.
VerliesaversieEen verlies kan zwaarder wegen dan een even grote winst.Bij Heineken kan ‘Mis je 25% korting niet’ sterker aanvoelen dan ‘Bespaar 25% op Heineken’.

4.6 PDCA-cyclus: Verdiepen in gedragseconomie

Plan

Mijn eerste stap was om mijn basiskennis van gedragseconomie te vergroten. Ik wilde niet alleen weten wat gedragseconomie betekent, maar vooral begrijpen waarom mensen keuzes maken die niet altijd logisch of rationeel lijken. Daarom heb ik twee boeken gelezen: De edele kunst van not giving a fuck en Volkomen onlogisch: waarom je vaak handelt in strijd met je eigen belang. Mijn doel was om minimaal vijf gedragseconomische principes te kunnen benoemen en in mijn eigen woorden uit te leggen binnen de FMCG-branche.

Do

Tijdens het lezen heb ik aantekeningen gemaakt van inzichten die mij opvielen. Ik heb daarbij vooral gekeken naar principes die ik later kon herkennen in mijn eigen gedrag en in marketing. Uiteindelijk heb ik vijf principes uitgewerkt: het ankereffect (anchoring), framing, het standaardoptie-effect (default effect), voorkeur voor het heden (present bias) en verliesaversie (loss aversion). Per principe heb ik beschreven wat het betekent en wat ik er zelf in herken.

Check

Door mijn aantekeningen en het begrippenoverzicht te maken, merkte ik dat ik de theorie steeds beter begon te begrijpen. Vooral het verschil tussen weten dat mensen niet altijd rationeel handelen en daadwerkelijk kunnen uitleggen waardoor dat gebeurt werd duidelijker. Ik kon na het lezen vijf principes benoemen en uitleggen zonder alleen de definitie uit het boek over te nemen.

Act

Na deze eerste verdieping wilde ik de theorie niet alleen op papier begrijpen. Mijn volgende stap was daarom om te onderzoeken of ik de principes ook daadwerkelijk in mijn eigen dagelijkse gedrag kon herkennen. Daarom ben ik gestart met een gedragsdagboek.

4.7 Actie 2: Mijn eigen gedrag analyseren

Na het lezen wilde ik niet alleen kunnen uitleggen wat gedragseconomie betekent, maar ook onderzoeken of ik de principes in mijn eigen gedrag herken. Daarom heb ik een gedragsdagboek gemaakt. Ik heb bewust gekeken naar kleine dagelijkse keuzes, omdat juist daar mijn automatische gedrag zichtbaar wordt.

MomentSituatieMijn gedragGedragseconomisch principeMijn reflectie
1Ik zag online Ouai haar- en bodyspray van €31,- voor €26,-.Ik werd sneller enthousiast over het product doordat er een korting bij stond.AnkereffectIk keek eerst naar het oude bedrag en daarna naar de actieprijs. Daardoor voelde de actieprijs aantrekkelijker dan wanneer ik alleen het huidige bedrag had gezien.
2Ik zag in de supermarkt een aanbieding van Ben & Jerry’s: 2 voor €7.Ik koos voor het ijs, terwijl ik eigenlijk niets lekkers wilde kopen.Voorkeur voor het hedenHet directe voordeel en plezier wogen zwaarder dan mijn voornemen om niets extra’s te kopen.
3Ik wilde online bij Etos shampoo kopen en L’Oréal Elvive stond al als aanbevolen optie geselecteerd.Ik neigde automatisch naar de optie die het meest opvallend of als aanrader werd gepresenteerd.Standaardoptie-effectIk merkte dat ik niet alle opties even uitgebreid vergeleek. De manier waarop de shampoo werd aangeboden stuurde mijn aandacht.
4Ik zag bij de Albert Heijn voor kant-en-klare ijskoffie een aanbieding met de tekst: ‘Mis deze aanbieding niet’.Ik voelde meer de neiging om de aanbieding te benutten.Verliesaversie en inkaderingHet gevoel dat ik iets zou mislopen werkte sterker dan alleen het idee dat ik iets kon winnen. Het kopen van ijskoffie in de stad kost mij al veel geld.
5Ik zag in de supermarkt een Tony’s Chocolonely melkchocoladereep van €4,59 en daarna zag ik dezelfde reep voor €3,-.Ik vond €3,- na het zien van €4,59 relatief goedkoop.AnkereffectIk merkte dat mijn eerste referentiepunt (€4,59) bleef hangen, waardoor de 2e prijs (€3,-) aantrekkelijker leek. Ook al wist ik dat de aanbieding niet automatisch betekent dat de prijs echt laag is.

Door deze vijf situaties op te schrijven, merkte ik vooral dat mijn keuzes minder bewust zijn dan ik vooraf dacht, zie 4.9 voor de experimenten. Ik kan achteraf vaak een rationele reden geven, maar de situatie zelf heeft op het moment van kiezen ook invloed. Dat vind ik precies het interessante aan gedragseconomie: ik ben niet alleen iemand die een keuze maakt, maar mijn omgeving en de manier waarop een keuze wordt gepresenteerd spelen daarin ook mee.

4.8 PDCA-cyclus: Mijn eigen gedrag analyseren

Plan

Na het opbouwen van mijn theoretische basis wilde ik onderzoeken of gedragseconomische principes ook terugkomen in mijn eigen keuzes. Ik wilde minimaal vijf dagelijkse situaties vastleggen waarin ik achteraf kon onderzoeken waarom ik een bepaalde keuze had gemaakt.

Do

Ik heb een gedragsdagboek bijgehouden waarin ik vijf verschillende situaties heb beschreven. Hierbij heb ik gekeken naar onder andere aankopen, uitstelgedrag, aanbiedingen en keuzes tussen verschillende opties. Vervolgens heb ik iedere situatie gekoppeld aan een gedragseconomisch principe. Zo herkende ik bijvoorbeeld het ankereffect bij een prijs met korting en voorkeur voor het heden bij het uitstellen van een taak.

Check

Het bijhouden van het dagboek liet mij zien dat mijn eigen gedrag minder bewust is dan ik vooraf dacht. Ik kan achteraf vaak een rationele reden voor een keuze bedenken, terwijl mijn keuze op het moment zelf ook werd beïnvloed door gemak, gevoel of de manier waarop iets werd gepresenteerd.

Act

Omdat ik merkte dat ik de principes in mijn eigen gedrag kon herkennen, wilde ik een stap verder gaan. Ik wilde niet alleen achteraf analyseren wat er gebeurde, maar zelf testen of de manier waarop een keuze wordt aangeboden mijn gedrag kan beïnvloeden. Daarom ben ik twee kleine gedragsexperimenten gaan uitvoeren.

4.9 Actie 3: Gedragsexperimenten uitvoeren

Ik heb per principe een gedragsexperiment uitgevoerd.

1. Het ankereffect

Bij mijn eerste experiment heb ik onderzocht of een eerste getal invloed heeft op mijn prijsinschatting. Het ankereffect is interessant, omdat het laat zien dat een getal dat eigenlijk niet relevant hoeft te zijn, toch als referentiepunt kan gaan werken. Onderzoek naar het ankereffect laat zien dat zulke eerste numerieke informatie de latere inschatting kan beïnvloeden, al verschilt de sterkte van het effect per situatie.

Mijn experiment: ik heb eerst geprobeerd de prijs van een biefstuk in te schatten zonder een andere prijs als referentie te gebruiken. Daarna heb ik bewust een hoger bedrag als anker gebruikt en dezelfde vraag opnieuw bekeken.

StapMijn uitvoeringUitkomst / observatie
1Ik dacht eerst aan biefstuk van ongeveer 200 gram waarvan ik ongeveer weet wat het kost.Mijn eerste inschatting: €8,50
2Ik schreef deze eerste prijs op voordat ik naar een andere prijs keek.Eerste schatting: €8,50
3Daarna keek ik naar een veel hoger referentiebedrag van een vergelijkbaar vleesproduct.Het anker dat ik zag: €14,99
4Ik maakte opnieuw een inschatting van de prijs.Tweede schatting: €11,50
5Ik vergeleek beide bedragen.Verschil: €3,-

Ik vond het interessant om te zien dat mijn tweede inschatting €3,- hoger lag dan mijn eerste inschatting. Door eerst het bedrag van €14,99 te zien, ging ik de waarde van de biefstuk hoger inschatten. Dit laat zien hoe een eerste bedrag als anker kan werken en mijn latere beoordeling kan beïnvloeden.

2. Inkadering en standaardoptie

Voor mijn tweede experiment heb ik onderzocht of dezelfde FMCG-aanbieding anders kan voelen door de manier waarop deze wordt geformuleerd. Bij framing wordt dezelfde informatie op een andere manier gepresenteerd, waardoor de beoordeling kan veranderen.

Mijn experiment: ik heb dezelfde aanbieding van een FMCG-product op twee verschillende manieren bekeken.

VersieWat kreeg ik te zien?Mijn keuzeWat viel mij op?
A – positiefEen fles Coca-Cola Zero met de boodschap: ‘Bespaar €2’Ik vond de aanbieding aantrekkelijk.De nadruk lag op wat ik kon besparen.
B – negatiefDezelfde aanbieding met de boodschap: ‘Zonder aanbieding betaal je €2 meer’Deze voelde voor mij minder aantrekkelijk.De nadruk lag nu op wat ik extra zou betalen.

Ik merkte dat dezelfde financiële informatie anders voelde door de formulering. ‘Bespaar €2’ voelde voor mij positiever dan ‘je betaalt €2 meer’. Dit laat zien hoe de inkadering van een boodschap invloed kan hebben op hoe ik een FMCG-aanbieding beoordeel.

4.10 PDCA-cyclus: Gedragsexperimenten uitvoeren

Plan

Mijn doel bij deze actie was om gedragseconomie zelf te ervaren in plaats van alleen voorbeelden uit boeken te gebruiken. Ik wilde twee eenvoudige experimenten uitvoeren die ik vanuit huis kon doen. Daarbij wilde ik onderzoeken hoe het ankereffect, framing en het standaardoptie-effect invloed kunnen hebben op mijn eigen keuzes.

Do

Bij het eerste experiment heb ik het ankereffect onderzocht aan de hand van een biefstuk van ongeveer 200 gram uit de supermarkt. Ik schatte eerst de prijs zonder een andere prijs te zien. Daarna kreeg ik een hoger bedrag van €14,99 als referentiepunt te zien en maakte ik opnieuw een prijsinschatting. Mijn eerste schatting was €8,50 en na het zien van het hogere bedrag schatte ik de biefstuk op €11,50.

Bij het tweede experiment heb ik framing onderzocht aan de hand van een aanbieding van Coca-Cola Zero. Ik bekeek dezelfde aanbieding op twee verschillende manieren: eerst met de positieve formulering ‘Bespaar €2’ en daarna met de negatieve formulering ‘Zonder aanbieding betaal je €2 meer’. Zo kon ik onderzoeken of de manier waarop dezelfde informatie wordt geformuleerd invloed heeft op hoe aantrekkelijk ik de aanbieding vond.

Check

De experimenten maakten voor mij duidelijker dat de context rondom een keuze invloed kan hebben op hoe ik deze beoordeel. Bij het ankereffect zag ik dat het bedrag van €14,99 mijn tweede prijsinschatting beïnvloedde. Bij framing merkte ik dat dezelfde informatie anders kon aanvoelen door de formulering ervan. Ook merkte ik bij het standaardoptie-effect dat een vooraf gekozen optie de keuze makkelijker maakte.

Act

Door deze experimenten werd gedragseconomie voor mij concreter. Ik kon de principes niet alleen uit de theorie benoemen, maar zag ook hoe ze mijn eigen keuzes konden beïnvloeden. Vervolgens wilde ik onderzoeken of ik dezelfde principes ook in de praktijk kon herkennen. Daarom heb ik verschillende FMCG-marketinguitingen bekeken en geanalyseerd welke gedragseconomische principes hierin terugkomen.

4.11 Actie 4: Gedragseconomie toepassen op marketing

Na mijn eigen experimenten heb ik onderzocht hoe gedragseconomische principes in de praktijk worden toegepast door FMCG-merken. Ik heb hierbij drie concrete marketinguitingen bekeken en vanuit het perspectief van een marketeer geanalyseerd waarom deze manier van communiceren interessant kan zijn.

MarketingvoorbeeldConcrete marketinguitingPrincipeProfessionele analyse
Prijscommunicatie – Lay’sEen zak Lay’s chips wordt bijvoorbeeld tijdens een actie aangeboden voor €1,99, terwijl daarnaast een hogere reguliere prijs wordt getoond.AnkereffectDe hogere prijs werkt als eerste referentiepunt. Daardoor kan €1,99 aantrekkelijker lijken dan wanneer alleen deze prijs wordt getoond. Vanuit marketingperspectief wordt zo niet alleen de prijs gecommuniceerd, maar ook de ervaren waarde van de aanbieding (Consumentenbond, 26 augustus 2025).
Positieve framing – Coca-Cola Zero SugarCoca-Cola Zero Sugar legt in de productcommunicatie de nadruk op ‘zero sugar’. De boodschap richt zich daarmee op de eigenschap die voor de consument aantrekkelijk kan zijn.FramingDe manier waarop de producteigenschap wordt benoemd, beïnvloedt hoe de consument het product kan interpreteren. Door ‘zero sugar’ centraal te stellen, wordt de keuze positief vanuit een productvoordeel gepresenteerd. Voor FMCG is dit relevant omdat consumenten producten vaak snel beoordelen (Coca-Cola, Z.D.) (Gaby Tenda, 18 maart 2025).
Aanbevolen product – NIVEABinnen een productcategorie kan één NIVEA-product extra worden uitgelicht met bijvoorbeeld ‘Bestseller’ of ‘Favoriet’, waardoor het meer aandacht krijgt dan andere varianten.Sociaal bewijs / keuzesturingDe consument krijgt naast productinformatie ook een aanwijzing over welk product populair is. Dit kan de keuze eenvoudiger maken, omdat de consument minder zelf hoeft te vergelijken. Vanuit marketingperspectief kan zo extra aandacht naar een specifiek product worden gestuurd zonder het product zelf te veranderen (Karel Zwaan, 26 maart 2025).

Door deze voorbeelden ben ik marketing meer vanuit het consumentengedrag gaan bekijken. Ik let nu niet alleen op de aanbieding of boodschap, maar ook op hoe prijs, formulering en productpresentatie het keuzeproces kunnen beïnvloeden. Hierdoor zie ik dat gedragseconomie juist in de dagelijkse marketing van FMCG een rol speelt.

Dit sluit aan bij mijn interesse in FMCG. In mijn toekomstige werk binnen marketing en accountmanagement kan ik hierdoor niet alleen kijken naar het commerciële doel, maar ook naar het gedrag dat een marketinguiting bij de consument kan oproepen.

4.12 PDCA-cyclus: Gedragseconomie toepassen op marketing

Plan

Omdat ik Commerciële Economie studeer, wilde ik gedragseconomie niet alleen vanuit mijn persoonlijke gedrag bekijken. Mijn doel was om te onderzoeken hoe gedragseconomische principes worden gebruikt binnen marketing. Ik wilde minimaal drie marketingvoorbeelden analyseren.

Do

Ik heb drie verschillende vormen van marketing geanalyseerd: prijscommunicatie, productcommunicatie en aanbevolen product. Bij ieder voorbeeld heb ik gekeken welk gedragseconomisch principe ik hierin herkende en hoe dit de keuze van een consument kan beïnvloeden.

Check

Door deze analyse ben ik marketing anders gaan bekijken. Ik kijk niet meer alleen naar de vraag of een advertentie mooi of overtuigend is, maar ook naar welk gedrag ermee wordt uitgelokt. De manier waarop een prijs wordt gepresenteerd of een keuze wordt aangeboden, kan net zo belangrijk zijn als het product zelf. Ik herken nu bijvoorbeeld sneller wanneer een marketeer gebruikmaakt van het ankereffect, framing, verliesaversie of het standaardoptie-effect.

Act

Ik wil deze manier van kijken blijven gebruiken wanneer ik marketinguitingen zie. Mijn laatste stap was daarom om mijn totale ontwikkeling opnieuw te beoordelen en te kijken of ik mijn leerdoel daadwerkelijk heb behaald.

4.14 Eindniveau

Aan het begin van mijn leerdoel wist ik dat mensen niet altijd rationeel handelen, maar ik wist nog niet goed hoe ik dit kon koppelen aan marketing. Door de boeken te lezen, mijn eigen gedrag te analyseren en experimenten uit te voeren, begrijp ik nu beter hoe gedragseconomische principes invloed kunnen hebben op keuzes. Dit sluit goed aan bij mijn interesse in de FMCG-branche, omdat ik het interessant vind om te kijken naar consumentengedrag en hoe marketing daarop kan inspelen. Ik heb hierin een goede basis opgebouwd die ik verder kan gebruiken binnen mijn toekomstige werk.